Blog

Dat ik ziek ben en dat het absoluut geen geweldig tijdstip is om ziek te zijn.

Ik ben ziek.

Niets ernstig. Een zware verkoudheid en een lelijke hoest. Ziekte komt altijd ongelegen, maar nu komt het wel extra ongelegen en dus ben ik allesbehalve gelukkig momenteel.

Binnen exact twee dagen komt normaal gezien onze laatste, mooie embryo mijn lichaam binnen. Ik heb onze laatste eskimo de naam “Elizabeth” gegeven, een krachtige naam. Zodat onze mini hopelijk even oud en sterk mag worden als de koningin van Engeland.

Ik had gehoopt met een gezond en sterk lichaam de laatste terugplaatsing tegemoet te kunnen gaan. Maar in de plaats zal het dus een lichaam vol met vuile microben zijn, tenzij ik nog miraculeus net op tijd genezen raak.

Momenteel baal ik dus heel erg hard. Ik voelde het donderdag al wat op komen. Die neus moest veel meer snuitmomentjes overleven dan anders en dat vervelende prikkelhoestje stond me ook al niet echt aan. Een dag later was ik zeker: ik was ziek. Dus dan maar snel bellen naar het ziekenhuis en de huisarts. Omdat ik al zo dicht tegen de terugplaatsing aan zat, mocht ik bijna niets meer nemen. Geen krachtige en agressieve aanpak dus van de symptomen, maar gelukkig wel nog een korte kuur met antibiotica en cortisone preventief. En er werd mij verteld om in geval van koorts direct terug te bellen, want dan zou “Elizabeth” zelfs helemaal niet mogen worden teruggeplaatst. Die koorts blijft gelukkig uit.

Maar intussen zit ik dus hier als een levend lijk. Met een neus vol snot en korsten van het vele snuiten en vuurrode wangen. Met hevige niesbuien waar de katten elke keer weer heel verschrikt van op kijken. Met hevige hoestbuien waarbij het soms lijkt alsof je ganse long mee naar buiten zal komen. En getrokken ogen en wallen van het niet zo lekker slapen. Een constante, vuile smaak in mijn mond van de antibiotica en andere medicijnen. Een piepende en rochelende ademhaling alsof het huis vol piepende muisjes zit. Naast mij ligt het vol oppepmiddeltjes die wel nog mogen, maar eigenlijk helemaal geen effect hebben. De kruidensiroop dat niet goed werkt en het zoutwater dat de neus wel spoelt, maar ook niet meer dan dat.

Ik neem los daarvan enorm veel medicijnen, niet alleen voor het ziek zijn nu. Progynova drie maal per dag voor het slijmvlies dik te houden, utrogestan drie keer per dag voor het progesteronniveau goed te houden, dagelijks een spuitje fraxiparine in mijn buik met als gevolg overal blauwe plekken op diezelfde buik, de antibiotica, de cortisone, mijn schildkliermedicatie s’ochtends vroeg en dan ook nog mijn astmamedicatie gezien de toch wel hevige piepende geluiden in mijn borstkas,  mijn medicatie om mijn suikerbalans mee onder controle te houden, mijn zwangerschapsvitamines en de niet werkende siroop en zoutwater. Met andere woorden, ik heb momenteel het gevoel alsof mijn ganse medicijnkast tegelijk mijn lichaam binnen komt.

En dat was nu niet direct mijn favoriete scenario voor onze laatste terugplaatsing. En dus voelt het nu al een beetje alsof het al bij voorbaat verloren zal zijn, hoewel alle dokters me verzekerd hebben dat het geen kwaad kan zolang ik geen koorts maak en dat ik zelfs met een beetje medewerking van mijn lijf misschien zelfs zo goed als hersteld zal zijn tegen dinsdag. Ik kan het alleen maar hopen. En hopen dat kleine “Elizabeth” heel sterk zal zijn en dat zieke lijf eens een lesje zal leren van jewelste.

Intussen zit ik ook al met mijn hoofd bij de tweede IVF – poging. In een nieuw ziekenhuis met nieuwe artsen dat ik nog niet ken en niet vertrouw. En ook dat brengt wat stress met zich mee. Verandering en ik, het gaat nog steeds niet goed samen. Maar er is momenteel geen andere oplossing, dus gaan we er voor. Ik hoop alleen zo hard dat het niet nodig zal zijn. Dat onze laatste mini onze plakker mag worden en een nieuwe, pijnlijke poging mij bespaard kan blijven. Dat een kijkoperatie me bespaard kan blijven, want ook dit werd al op tafel gegooid de voorbije dagen in geval ook poging vijf met de extra bloedverdunner niet lukt.

Er is namelijk een nieuwe theorie. Er wordt gedacht aan de eileider die toe zit en misschien wel voor meer problemen zorgt dan we aanvankelijk dachten. Er werd gesproken over hoe die eileider mogelijk ontstoken zit en hoe die stofjes mogelijk de innesteling bemoeilijken. En dat een operatie waarbij in het slechtste geval de eileider zal verwijderd worden soelaas zou kunnen brengen. Het biedt geen garanties en ze zullen pas de staat van de eileider kunnen zien als ze de operatie doen, want er kan evengoed ook geen probleem zijn. Maar het klinkt aannemelijk genoeg om te overwegen als volgende onderzoeksdaad voor we verder gaan met IVF 2.

Ik hoop alleen dat het allemaal niet meer nodig is. Dat de bloedverdunner voor ons de oplossing is of mag zijn. En het gewoon lukt. Ziek of niet. Dat we deze lijdensweg eindelijk mogen afsluiten in plaats van opnieuw lange maanden van wachten zonder kansen op zwangerschap voor onze boeg te hebben.

Dus dat dit zieke lijf nu maar snel herstelt, zodat het klaar is om kleine “Elizabeth” te verwelkomen dinsdag. Ik kan niet wachten om onze mini veilig in mijn buikje te hebben waar het hoort, hopelijk negen mooie maanden lang!

Advertenties

Hoe deze periode van feestdagen me elk jaar wat zwaarder vallen.

“Een vrolijk eind en een goed begin”.

Het stond wat achteloos op het kerstkaartje geschreven met nog wat andere standaardwensen er boven en er onder. Vol goede bedoelingen.

Ik rolde even met mijn ogen en nam een diepe zucht. Ik zette het kaartje bij de andere. Ik kon alleen maar denken aan hoe het afgelopen jaar allesbehalve vrolijk was en al zeker niet vrolijk eindigde. En hoe onzeker ik was of 2019 dan wel zo’n goed begin zou inhouden als er op het kaartje geschreven stond.

Elk jaar krijg ik ze opnieuw te horen en te lezen. De vele kerstwensen en nieuwjaarswensen. Elk jaar stuur ik ze ook zelf naar anderen. Het is als een automatisme. Je zoekt een leuke tekst en je stuurt het naar je familie en vrienden, je krijgt er een goed gevoel van een naaste het allerbeste toe te wensen. Maar hoe langer dit traject duurt, hoe holler mijn eigen woorden klinken en hoe holler de boodschappen dat we zelf ontvangen. Elk jaar lijkt het zwaarder om het nieuwe jaar in te zetten met een positief gevoel en goede, nieuwe voornemens.

Als iemand me zegt dat 2019 ons jaar zal worden, dan kan ik alleen maar denken aan hoe we dat van 2017 en 2018 ook hadden gezegd en hoe net die jaren allesbehalve “ons” jaar werden. Wat mij dan niet veel hoop geeft dat 2019 het nu plots wel zal worden. Als ze ons toe wensen dat al onze dromen uit mogen komen in het nieuwe jaar, denk ik enkel aan die ene grote droom die drie jaar later nog altijd niet is uitgekomen. Over hoe die ene droom maar blijft hangen in een wereld waarin geen plaats lijkt te zijn voor wonderen of mirakels. Als ze me zeggen dat ik moet genieten van de feestdagen, vraag ik me af hoe ik dat nog moet doen. Want met elke nieuwe kerst besef ik weer keihard wat ik een jaar later nog steeds moet missen, waarna ik me opnieuw verdrietig voel en dus niet meer op dezelfde manier kan genieten van deze feestdagen zoals ik dat vroeger wel altijd kon doen.

De woorden klinken dus hol. Steeds meer.

Deze dagen en weken zijn hard. Heel hard. Langs alle kanten raak je er mee geconfronteerd. Het zit soms in de kleine dingen. Reclames waarin de gelukkige gezinnetjes op de voorgrond staan, terwijl ze aan een rijkelijk gevulde feestdis zitten. Beelden op tv van hoe vrolijke kinderen vol amusement de vele pakjes onder de kerstboom uitpakken.

Ook de kerstmarkten en winkelstraten zijn soms hard. Veel mensen zijn nu in verlof en dus lijken de straten overspoeld door gelukkige gezinnen die op cadeautjesjacht gaan of met de kinderen gaan schaatsen. Al die lieve, schaterende kinderen om je heen. Het werkt op je emoties en je gevoel. En terwijl zij voluit lachen, voel ik soms hoe ik er zelf triestig bij loop. Genietend aan de ene zijde van al die kindervreugde om me heen en tegelijk zo triestig voor mezelf, omdat ik op zo’n momenten weer veel te goed weet wat we zelf moeten missen. Ook de vele aankondigingen op Facebook werken op het gemoed, heel veel koppels vinden kerst en nieuw het geschikte moment om hun goede nieuws aan te kondigen. Maar ook die aankondigingen hakken er nu elke keer weer dieper op in.

Genieten van kerst en nieuw doe ik dus niet of toch niet helemaal zoals ik dat anders doe. Er hangt telkens een fijn laagje van gemis en verdriet overheen. Een lach dat gepaard gaat met een traan van treurnis.

Het voorbije jaar was allesbehalve ons jaar. Het was er eentje dat gevuld was met veel pijn en verdriet met slechts één hoogtepunt, onze zwangerschap in juli. Een hoogtepunt dat al heel snel herleid werd tot een puinhoop van verdriet toen ook die droom veel te snel weer aan diggelen werd geslagen. Wat 2019 mij gaat brengen, durf ik dus niet meer voorspellen. Ik hoop eindelijk dat het eens iets goed mag worden. Dat we volgend jaar wel het jaar vrolijk af mogen sluiten, maar er nog echt in geloven doe ik niet meer.

Ik denk dat we onszelf dit jaar dus maar niks gaan toe wensen. Want dan zullen onze echte wensen misschien eindelijk net wel eens mogen uit komen. Wie weet werkt deze tactiek beter. Volgend jaar weet ik het jullie te zeggen.

Maar voor nu eerst de jaarwissel heelhuids doorkomen. En daarna een nieuw jaar starten met hopelijk nieuwe kansen en een nieuw gemoed. Om toch maar een beetje in het jaarlijkse cliché te blijven hangen.

 

 

 

 

Ook eskimo “Demmie” bleef niet zitten en dat was een harde klap…

Ik ben niet zwanger. Opnieuw niet.

Ik wist het al eerder, nog voor de officiële testdag. Na drie zwangerschappen en negen mislukte pogingen ken ik intussen goed mijn lijf. Ik voel dus vrij snel aan of het wel eens prijs zou kunnen zijn of niet. Los daarvan heb ik ook last van testdrang. Van zodra de mini teruggeplaatst is, begint het al te kriebelen. Ik probeer me altijd te bedwingen, maar meestal bezwijk ik al na een kleine week en doe ik dan al de eerste testen.

De eerste dagen was ik nog hoopvol. Ik voelde constant mijn buik en had ook een heel erg opgespannen buik zoals ik enkel heb als ik effectief zwanger ben. En dus was ik heel snel getriggerd om vroeger te testen. Ik kon het niet meer laten, de drang was te sterk geworden. Ik wilde weten of wat ik voelde echt was of als het allemaal gewoon in mijn hoofd zat. Maar geleidelijk aan voelde ik steeds minder en wist ik dus eigenlijk al een beetje hoe laat het zou zijn op het moment dat ik voor de eerste keer een zwangerschapstest in mijn handen nam. Ze bevestigde voor mij mijn vermoedens. Ik probeerde evenwel nog een weekje voorzichtig te hopen dat “Demmie” toch nog zijn best aan het doen was en dat het belangrijke tweede streepje enkele dagen later alsnog zou komen piepen. Ik wist ook wel dat ik veel te vroeg had getest en alles dus nog mogelijk was.

En toch, mijn gevoel. Het zat verkeerd. Mijn instinct vertelde me wat mijn hart nog niet wou aanvaarden. Dat het ook nu mislukt was. Dat zelfs een topembryo tegenwoordig niet meer blijft zitten of zo lijkt het toch in mijn hoofd. De testen bleven ook de dagen erna wit en met elke witte test verdween er steeds meer van mijn hoop en moed. Ik voelde mezelf wegglijden in een puinhoop van verdriet en wanhoop. Helder denken kon ik niet meer. Het voelde alsof alles mislukte en ook zou blijven mislukken in de toekomst. Alsof ik verdoemd was en gewoonweg het niet verdiende om een kindje in mijzelf te laten groeien. Het laatste beetje hoop dat ik nog had werd genadeloos weggeslagen.

Maandenlang had ik mezelf opgepept met het idee dat als het een goed embryo was we alle kansen zouden hebben. Dat net zo’n goed embryo niet was blijven zitten, was dus onnoemelijk hard. Het was het enige wat me recht had gehouden in dit traject. Het geloof dat het met een goed embryo goed zou komen.

Maar nu zit ik hier. Moedeloos. Stilaan wanhopig ook. Met het idee dat het grote, mooie wonder niet meer voor ons is weggelegd. De tranen stroomden er onbedaarlijk uit de voorbije twee weken. Het leek alsof ze niet meer te stoppen waren. Ik huilde zonder reden een ganse dag lang. Ik voelde me kapot en verslagen. Het ging gewoonweg niet meer. Alle kracht leek uit me weggezogen toen het laatste beetje aan hoop dat ik nog had vervloog.

Ik weet dat we nog veel kansen hebben.  Dat er nog veel pogingen volgen met hopelijk evenveel embryo’s per poging. Ik weet dat er nog een laatste, kleine vechter in de vriezer aan het wachten is om in mijn warme nestje te komen. Ik weet dat we met onze laatste mini ook een hele goede kans hebben. Maar ik durf gewoon niet meer geloven of hopen dat het ooit nog goed komt. Opgeven zullen we nooit doen, niet voor we er alles voor hebben geprobeerd en gedaan. Maar op dit moment is mijn geest eventjes op en dus nemen we eventjes pauze. Even samen alles loslaten en emotioneel opnieuw wat herstellen. Het is meer dan nodig. Om daarna vol goede moed er alles aan te doen om eskimo “Elizabeth” alle kansen te geven.

Er is nu wel een nieuw plan na een goed en broodnodig gesprek met de arts. De volgende poging zal ik fraxiparine bij krijgen, een bloedverdunner. Het biedt geen garanties, maar het geeft mij voor nu weer even de moed dat ik nodig heb om in januari opnieuw op te starten. Gewoon het idee hebben dat er tenminste al iets extra geprobeerd zal worden geeft mij opnieuw een klein beetje meer kracht om verder te gaan. Zonder verwachtingen evenwel. Want dat heb ik op dit punt niet meer.

Maar voor nu is het toch al beter om iets te proberen dan helemaal niets. En daarna zien we wel weer opnieuw verder. Een stap met een keer.

 

 

Hoe het een bewogen paar weken waren, maar hoe we ook vol goede en nieuwe moed eskimo Demmie terug lieten plaatsen vandaag.

Twee weken geleden was ik de moed kwijt. Letterlijk. De tranen stroomden uit mijn ogen. Hard en ontembaar.

Even voordien had een spierwitte test mij opnieuw genadeloos aangestaard. Dat stomme, witte kleur dat ik zo hartsgrondig haat intussen.

Voor de eerste keer knakte er iets. Weer was het mislukt. Weer moest ik alles opnieuw doen. Weer was ik een maand verder in dit stomme traject zonder dat zo naar verlangde baby’tje in mijn buik. Weer was het voorbij nog voor er maar iets was mogen zijn. Weer maar eens een gemiste kans. Weer een embryo dat het niet had mogen redden. Alles altijd maar weer opnieuw en opnieuw. Ik was het beu, zo enorm beu. En ik stuikte in elkaar van verdriet en wanhoop en boosheid.

En toch deed het me ook deugd. Dat de tranen eindelijk nog eens hadden kunnen komen. Dat het opgekropte verdriet een weg naar buiten had kunnen vinden. De tranen waren dus welkom op een vreemde manier.

Na de dip raapte ik me ook deze keer weer moedig samen. We moesten verder, opgeven stond niet in ons woordenboek. Er was maar één weg naar een kindje van onszelf en dat was de weg vooruit. Ook al was die weg bezaaid met doornen en stekels.

En dus namen we in stilte afscheid van eskimo Camilla en maakten we onszelf opnieuw klaar voor de komst van de nieuwe eskimo.

Tijdens deze cyclus was alles anders dan anders. Ze verliep niet zoals normaal. Er was eerst mijn gynaecologe die uitviel door ziekte tijdens de week waarin ik de echo’s kreeg om de dikte van mijn baarmoederslijmvlies te meten. Ik moest daarom naar een ander ziekenhuis bij een vervangende gynaecoloog. Een onbekende plek en een nog niet zo goed gekende arts. Het brengt altijd wat onrust, maar het verliep zoals het moest. Mijn lichaam deed evenzeer zijn best en bezorgde mij al na een grote week een heel mooi, dik slijmvlies. We konden de terugplaatsing inplannen.

Maar dan kwam het nieuws dat mijn gynaecologe een tijdje uit zou vallen in de nabije toekomst en weer stroomden de vragen en twijfels mijn hoofd binnen. Zouden we moeten veranderen? Hoe ging dat allemaal gaan? En wat als ik zwanger was, wie zou mij dan begeleiden tijdens die stresserende weken? Wie, wat, hoe, waar. Een overdaad aan vragen en een vol, moe hoofd. Gelukkig raakten de vragen snel opgelost na een wat ongerust telefoontje richting het ziekenhuis en dankzij de lieve, geruststellende woorden van de geweldige secretaresse daar. Alles zou op zijn plooi vallen, gelukkig.

En toen had ik plots een bloeding. Vanuit het niets. Een dag voor onze lieve mini ontdooid zou worden. Instant paniek. Een nerveuze telefoon naar het ziekenhuis. Wat was ik bang dat de cyclus geannuleerd zou worden. Wat was ik bang dat ik onze mini misschien niet terug zou mogen krijgen door zo’n stommiteit van mijn lichaam. Maar ook toen werd ik gerustgesteld. Het was vast van de utrogestan op te steken, zeiden ze. Waarschijnlijk had ik een adertje geraakt, want het bloedverlies was heel beperkt geweest. Maar ik moest het zeker in de gaten houden en terug opbellen als het opnieuw begon. De rest van de avond, nacht en de dag erna bracht ik door met het in fertiliteitsmiddens welbekende fenomeen “broekloeren” of “sliploeren”. Lees: elke vijf tot tien minuten een retourtje naar het toilet om even te spieken of er nog een roze of rode waas te bespeuren viel. Maar het bleef helder en langzaam kreeg ik er weer vertrouwen in dat de terugplaatsing niet in het gedrang zou komen, oef.

En toen was het zo ver. Vandaag kon onze lieve eskimo eindelijk teruggeplaatst worden in mijn veilige buikje. Na een woelige periode een welkome verademing. En toch was er ook de nodige stress. De terugplaatsing zou heel vroeg in de ochtend plaats vinden, wat betekende dat ik al doorheen het drukke ochtendverkeer naar Gent moest vertrekken om zeker op tijd te zijn en nog voor ik het verlossende telefoontje over de ontdooiing had ontvangen. De telefoon rinkelde en gelukkig was mijn schoonmama mee om de telefoon op te nemen of ik was waarschijnlijk van de nooit wennende zenuwen ergens tegen gereden. Maar het was goed nieuws, de embryo was goed ontdooid.

Mini 4 kwam even later veilig mijn buikje binnen. Het was een echte, kleine vechter. De arts vertelde me hoe het een embryo van excellente kwaliteit was en hoe we een hele goede kans op zwangerschap hadden. Dat het al een heel klein beetje uit zijn schilletje kroop. En terwijl ze dit vertelde, belde de embryoloog. In een uurtje tijd was onze sterke mini al bijna helemaal uit zijn schil gekropen. Ik was fier, zo fier. En zo blij. Eindelijk hadden we nog eens een eerlijke, goede kans. En op slag vond ik mijn moed en mijn geloof terug. Voorzichtige hoop dat het allemaal misschien toch nog goed zou komen.

De naam was lang een twijfelpunt in mijn hoofd. Ik wist het deze keer niet. Ik wou een jongensnaam met een D. Maar geen enkele naam sprak me aan. Ook al kreeg ik langs alle kanten leuke namen aangebracht, ik raakte niet overtuigd. Terwijl ik daar stond, besliste ik. Het zou Demmie worden. De afkorting van mijn eigen held zijn naam. De papa van onze eskimo. Dit moest de naam worden, want mijn eigen held vecht even hard voor ons en onze droom als deze mini al heeft gevochten om bij ons te kunnen zijn en blijven.

Dus enkel deze naam was de juiste. Binnen twee weken het verdict of kleine Demmie het ook heeft mogen redden, maar laat ons vurig hopen van wel!

 

 

Over hoe we steeds meer nadenken over hoe we ons leven in zullen moeten vullen als dat kindje ons niet gegund zou worden.

“Als er nooit geen kindje komt, dan maak ik een hobbyruimte van dat kamertje.”

Hij keek me aan en zei dat hij er liever een game room met cinemazaal van zou maken in dat geval.

We glimlachten even naar elkaar en herpakten ons toen.

“Eerst afwachten hoe het verder gaat, want misschien mogen we er toch ooit een mooie kinderkamer van maken.”

Terwijl we dit tegen elkaar vertelden, stonden we in diezelfde kamer. De “kinderkamer”. De kamer in ons huis dat nu een rommelkot is. Met spullen waar we geen blijf mee weten en dan maar daar stockeren. Met mijn wasrekken. Met ons kerstgerief. En met een dubbele luchtmatras. Voor als zijn petekindje en haar broer komen slapen.

De kamer ziet er dus heel erg troosteloos uit. Ondanks dat hij vol ligt met zoveel spullen, voelt hij ook leeg aan. Want hoe vaak sta ik er niet gewoon te kijken. Naar de muren, naar het tapijt op de vloer, naar het houten plafond. Stel ik me voor hoe mooi dat kleine kamertje zou kunnen worden. Met een fris kleurtje aan de muren. Muntgroen of lichtroze of lichtblauw of grijs. Zoveel mooie kleuren in deze wereld. Hoe er een zacht en lieflijk kamertje in staat. Met een klein bedje en een klein kastje en een verzorgingstafel. Met een mooie tekening of leuke sticker aan de muur boven het bedje. Met grote, zachte knuffelberen of een leuk schommelpaardje. Met een nieuwe vensterbank om de oude, lelijke te kunnen vervangen en mooie, zachte gordijntjes in speelse kleuren. Met een leuke dierenlamp tegen het plafond. Ik stel me voor hoe er een schommelstoel zal staan en hoe ik er dan in zit. Wiegend met mijn kleine baby in mijn armen.

Heel even voel ik het dan. Hoe het zou zijn als dat mooie, kleine kamertje gevuld zou zijn met een blozende en slapende baby.

Tot ik terug in de realiteit kom en in de plaats dat doffe, troosteloze kamertje zie dat gevuld is met spullen die er eigenlijk niet thuishoren.

Steeds meer denken hij en ik na over hoe we ons leven in zullen moeten vullen als dat langverwachte kindje er niet zal komen. Wat we met dat kamertje en ons leven gaan doen dan. Dat kamertje dat ons nu elke dag herinnert aan wat we nog steeds niet hebben.

Het kan voor de buitenwereld vreemd lijken ons zo’n gesprekken te horen voeren terwijl we nog te midden van ons gevecht naar een kindje zitten. Alsof we diezelfde strijd al opgeven. Maar dat is het niet. We geven niet op. We denken alleen maar na over hoe we ons leven ingevuld kunnen krijgen als een kindje van ons samen ons niet gegund zal zijn. Daar is niks verkeerd mee. Want hoe erg het ook klinkt, het kan onze realiteit worden. Een hele bittere realiteit, dat wel.

Maar voor nu proberen we nog te hopen dat een kindje van onszelf ons wel gegund gaat zijn en dat het kleine kamertje uiteindelijk wel gevuld gaat raken.

Intussen werd enkele dagen geleden ook onze derde eskimo teruggeplaatst. Ik gaf de kleine mini de naam “Camilla”. Want zo probeer ik ook voor mezelf een klein beetje hoop toe te laten. Door hen een naam te geven, voelt het echter en hoopvoller. Elke terugplaatsing geeft ons een nieuwe kans op een wonder dat negen maandjes lang in mijn buik zal kamperen. En dat kleine, nu nog troosteloze kamertje zal vullen.

Dus op dit moment stuur ik al onze krachten richting mijn buik. Zodat Camilla hopelijk haar weg kan vinden in mijn warme nestje en daar hopelijk heel lang zal blijven.

Binnen een tweetal weekjes weten we of dat gelukt is. Dus voor nu, opnieuw heel spannend afwachten…

 

Dat de tweede terugplaatsing mislukte en dat dat besef een beetje harder binnen kwam dan ik zelf had verwacht.

Ik staarde naar de witte test.

Met een zucht legde ik hem opnieuw opzij. Ik wist diep van binnen al hoe laat het was, ook al was het toen nog een paar dagen tot aan de bloedafname. Maar ik wist dat het geen goed teken was en dat onze moedige eskimo de strijd had opgegeven in mijn buik.

Het besef kwam harder binnen dan ik zelf had verwacht. Ik had in mijn hoofd het idee gepompt dat ik liever een negatieve test had dan weer een miskraam. Dat is nog steeds ergens zo. Maar ook een negatieve test is niet leuk. Helemaal niet leuk zelfs.

Het was weer een kans minder op een kindje van onszelf. Weer een stap dichter naar een eventuele nieuwe pick – up en dus ook weer een stap dichter naar een periode waarin ik opnieuw serieus zou afzien van de pijn en hormonen. Dat vooruitzicht stemde me somber. Dat zou ik echt liever niet meer opnieuw door willen maken, maar wat moet zal moeten. Ik hoop alleen zo hard dat een tweede IVF – poging niet meer nodig zal zijn. Dat ééntje van onze resterende drie eskimo’s het wel zal redden in mijn buik.

We hebben nog drie hele mooie kansen, zegt iedereen ons. Mijn hoofd weet dat natuurlijk ergens ook wel. Maar toch. Wat als het wel lukt om zwanger te worden van één van deze drie, maar ik het dan weer verlies na enkele weken zwangerschap. Of wat als ze niet ontdooien. Of wat als ik gewoon helemaal niet meer zwanger zal raken van één van deze drie. De kansen kunnen ook allemaal zo snel weer voorbij zijn en dat maakt me bang en onzeker voor de toekomst.

Maar we bijten door. Er is geen andere optie.

De laborante sprak me die week opnieuw moed in. Ze zei dat uiteindelijk bijna iedereen wel eindigde met een kindje in de armen. Dat had ze al heel vaak gezien in het labo. Dus aan die gedachte probeer ik me nu op te trekken en doe ik mijn best om positief te denken. Hoe moeilijk het soms ook is.

Ik voel me heel wat rustiger nu dan in de periode voor mijn derde miskraam. Gewoon weten dat er eigenlijk niet direct een probleem te vinden is, brengt al een klein beetje meer vertrouwen en rust in mijn leven en hoofd. Maar zonder zorgen kan ik nooit meer zijn. Dus we houden vol met elke vezel van ons lijf, ook al is het allesbehalve gemakkelijk.

Van kleine eskimo “Bernard” nemen we nu weer afscheid. Hij of zij heeft moedig zijn best gedaan, maar het mocht niet zijn. En dat is ook oké, we kunnen dat alleen maar aanvaarden.

Voorzichtig denken we weer vooruit en sturen we al onze kracht uit naar de drie mooie eskimo’s die nog in die koude vriezer zitten te wachten om in mijn buikje geplaatst te mogen worden. Laat ons hopen dat eentje van hen ons kleine regenboogje mag worden. We kunnen er maar op hopen en stilletjes van dromen.

 

 

 

Dat ik een hartvormige baarmoeder heb, maar verder alles in orde is. En dus zit eskimo “Bernard” intussen veilig aan boord.

“Je baarmoeder is hartvormig, maar niet op een uitgesproken manier. Het kan dus geen oorzaak zijn voor de vroege miskramen nu. Je hoeft je hier niet direct zorgen over te maken, binnenin de baarmoeder zelf ziet alles er goed uit. Dat is belangrijker.”

Ik staarde haar aan. Ook al was het dan geen reden voor de drie miskramen, het was toch ook tegelijk weer iets bij op het al lange lijstje van hindernissen. Ik had het dus liever gewoon niet gehad. Ik wilde een normale baarmoeder met een normale vorm waarin onze kleine, lieve wondertje zich op een normale manier in kon nestelen.

Tegelijk bedacht ik me ook hoe mooi het net zou zijn als er ooit een kindje geboren zou mogen worden uit die hartvormige baarmoeder. Want ons kleine, lieve wonder zou zijn start en eerste groeifase door mogen maken in een hartje. Die gedachte troostte me wat. Ook al was het een schrale troost.

De diagnose had ze al gesteld tijdens een hysteroscopie in augustus. Daarbij had ze met een klein cameraatje in mijn baarmoeder gekeken. Ik was tijdens het onderzoek helemaal verdoofd geweest en had er eigenlijk niets van gemerkt of gezien.

Ze praatte verder.

“Alles is verder perfect normaal. Er is een licht afwijkende stollingswaarde, maar na overleg met de hematoloog is het niet nodig om dat verder te behandelen. Dit is dus ook geen oorzaak voor de miskramen. Jullie kunnen dus gewoon opnieuw herstarten.”

Alles was normaal. Niets alarmerend was er gevonden. Ik was ergens wel blij hierom, maar tegelijk frustreerde het me ook wat. Je zoekt altijd naar een reden, een oorzaak, een waarom. En dat antwoord kreeg ik niet. Er was gewoon niets of toch niks dat alle alarmbellen aan deed slaan. En dus was er ook geen plan, geen nieuwe aanpak, geen oplossing.

Tijdens de voorbije weken vertelden drie verschillende artsen ons dat ze het vermoeden hadden dat de embryo’s zich wat te snel innestelen in mijn buik. Dat ook de embryo’s waar iets mis mee was en dat de natuur normaal vanzelf afstoot, zich bij mij innestelen. Dat je dan dit soort miskramen kan krijgen. Dat ze er zeker van waren dat het ons uiteindelijk zou lukken om een gezond en levend kindje op de wereld te zetten als we maar bleven volharden. Dat we moesten blijven geloven in een goede afloop.

Hoe hoopgevend hun woorden ook waren, ik kon enkel maar denken dat we dus nog miskramen mee kunnen maken. Dat we misschien eerst nog meerdere kindjes zullen moeten afgeven voor het dan eindelijk goed zal mogen gaan. Ik stelde me al dat verdriet voor. Iets wat niet moeilijk was, want het zat allemaal nog zo vers in mijn geheugen.

We keken naar elkaar toen al die woorden vielen en dachten net hetzelfde. Hoe hoopgevend het ook allemaal was, er zou misschien eerst nog heel veel verdriet kunnen zijn voor het echte geluk ons leven zou binnen waaien.

Met het lood in de schoenen zijn we dus opnieuw gestart. De medicatie deed opnieuw heel snel zijn werk en wonder boven wonder had ik op reis ook plots mijn maandstonden. Voor de eerste keer in bijna drie jaar had ik mijn maandstonden opnieuw natuurlijk gehad.  Een verrassing van formaat was dat toch wel. Ook al was het waarschijnlijk gewoon een toevalstreffer. Daardoor hadden we dus ook veel sneller dan verwacht de tweede terugplaatsing. De ontdooiing verliep goed en ik kreeg een positief telefoontje dat onze tweede eskimo “Bernard” het gered had. De terugplaatsing verliep heel erg vlot en alles leek weer heel erg veelbelovend. De arts vertelde me wel dat dit eskimootje de minst goede kwaliteit van de vijf had. Maar dat het nog steeds van goede kwaliteit was en we dus nog zeker een goede kans maakten.

Ik luisterde, ik antwoordde op haar lieve vragen over de vorige en misgelopen terugplaatsing. Ik was blij dat ik een nieuwe kans kreeg en toch voelde het voor mij allemaal doffer aan. Emotielozer. De foto van onze kleine eskimo raakte me opnieuw tot in het diepste van mijn hart, dat wel. Want het was en blijft één van onze kleine wondertjes in wording.

Ik vertelde de arts dat ik deze keer geen verwachtingen meer had. Ze zei dat ik hoop moest blijven hebben.

En dat is er gelukkig wel nog. Dat is het belangrijkste. Dat er hoop is en hoop blijft bestaan. Maar ik verwacht niet meer dat het zomaar zal gebeuren of zomaar wel eens zal blijven duren negen maanden lang.

En misschien is dat wel niet slecht. Ik ben tijdens deze wachtweken rustiger dan ooit. Ik weet dat er een grotere kans is dat dit eskimootje het niet zal redden tot aan de bloedname, omdat het al zoveel harder heeft moet vechten dan zijn brusjes in de vriezer. Maar dat is oké. Ik ben in een stadium gekomen dat ik liever een negatieve test heb dan opnieuw een biochemische zwangerschap. Vanaf nu wil ik enkel nog een positieve test als het van het kindje komt dat ook daadwerkelijk geboren zal mogen worden negen maanden later.

Maar misschien, heel misschien zal eskimo “Bernard” ons nog verrassen in de komende weken.

Tot we dat weten, wachten en hopen we stilletjes verder.

 

Dat deze reis alles had wat we nodig hadden om onze moed terug te vinden.

Voorzichtig stapte ik uit het karretje van de kabelbaan. Ik hoorde het zachte knarsen van de sneeuw onder onze voeten terwijl we verder stapten. De koude wind die zachtjes langs mijn kaken heen waaide. Het zachte geroezemoes van de andere mensen die rond ons stonden en net als wij verwonderd om zich heen keken. Ik voelde hoe het zonnetje opnieuw op mijn gezicht scheen en langzaam mijn hart en lijf weer verwarmde. Vol verwondering keken we voor ons.

We zagen een prachtige, besneeuwde bergtop. Ingepakt in een dikke pak wolken. Ik haalde snel mijn camera boven en legde het beeld voor eeuwig vast. Het was wonderlijk mooi. Die ene bergtop tussen de wolken. En ik voelde me op een gekke manier verbonden met onze drie sterretjes. Ik zat op 3000 meter hoogte en het voelde alsof ik bijna de hemel aan kon raken. Dat ik niet dichter dan dat bij hen kon komen.

We grepen elkaars hand vast, we voelden allebei hetzelfde. We waren voor heel even met elkaar verbonden op een manier waarop we dat in ons eigen land niet altijd konden. Er was alleen hij en ik en onze drie sterretjes bovenaan die top en in onze gedachten. Of zo voelde het toch voor ons. Bij die eenzame berg die nog net van tussen de wolken kwam piepen.

We keerden te voet terug naar beneden. Ik merkte op hoe rustig het was op het wandelpad. Het voelde alsof we helemaal alleen op deze prachtige plaats waren. Wij en de kleine keitjes die van onder onze voeten weggeschopt raakten bij elke stap. We weken af van het pad en klommen op een rots. We zagen de prachtige natuur. Een bergmeer met een prachtige, blauwe kleur zoals je dat enkel in de bergen kon zien. We zagen de mooie rotsen die tussen het groen door piepten. We zagen de prachtige, hoge bergen om ons heen. Samen staarden we de verte in. Hand in hand. Het moment voor altijd in onze herinneringen op aan het nemen.

Je hoorde er niks. Het was er stil op een manier dat ik dat niet gewoon ben. Er waren geen stemmen van andere mensen, geen auto’s, geen treinen, geen spelende kinderen, geen machinale geluiden, geen geroep, geen geruzie. Je hoorde er geen vogels, geen ruisende bladeren van de bomen, geen andere dieren. Je hoorde er niks. Letterlijk niks.

Enkel de stilte was te horen. Een oorverdovende stilte. Een stilte die op zijn manier ook geluid voortbracht.

Ik sloot mijn ogen en genoot van het moment. Hij deed dat ook. We stonden daar een tijdlang zo.

“Het is hier zo stil.”

Ik hoorde mijn eigen stem zachtjes de woorden zeggen. Ik was bang om de stille natuur te bruut terug wakker te maken.

Hij keek me aan en knikte.

“Zalig is dit, hé.” Hij zei het ook zachtjes.

We keken elkaar aan en verstonden elkaar. We hadden dit moment nodig. Dit stille moment zonder vragen of goedbedoelde opmerkingen. Zonder woorden te horen met weer verdrietig nieuws. Zonder angsten. Zonder pijn. Zonder verdriet.

Gewoon hij en ik. En de stilte. Dicht bij elkaar en dicht met elkaar. Verbonden op een manier dat we dat in België niet altijd konden.

“Als het ons nooit mag lukken, dan gaan we gewoon samen verder deze prachtige wereld ontdekken, hé.”

Hij knikte en terwijl we te voet verder stapten, maakten we reisplannen. Alle landen, alle plekjes die we nog wilden zien. Het liefst met kind, maar als dat niet lukte, dan gewoon samen.

Tijdens die mooie week in Italië zag ik meerdere regenbogen. Ik legde ze elke keer vast, als een houvast. Als een bewijs dat ook onze drie sterretjes mee op reis waren geweest en ons zo vertelden dat alles wel goed zou komen als we maar bleven geloven.

Deze reis had alles wat we nodig hadden om met nieuwe moed opnieuw op te starten. Voorzichtig en met nog steeds heel veel angsten. Maar met voorzichtig opnieuw geloof en hoop voor de toekomst.

Maar vooral met elkaar als houvast en steun. Beseffend dat als het ons nooit gegund zou zijn, we nog steeds en bovenal elkaar zullen hebben.

En dat is ook al iets heel erg kostbaar en mooi.

 

Gisteren was ik jarig, maar het voelde allemaal niet zoals het anders voelde. Maar het is tijd om in mijn nieuwe levensjaar langzaam terug vooruit te kijken. Stap voor stap.

Gisteren was ik jarig.

Er stonden 34 kaarsjes op mijn figuurlijke verjaardagstaart. Ik blies ze in gedachten één voor één langzaam uit. Zodat ik in gedachten nog heel even wat jonger kon zijn. Heel even maar.

Weer een jaar bij, weer een jaar waarin ik mijn verjaardag afsluit met lege armen en een lege buik. De tijd loopt alsmaar verder, maar in mijn hoofd voelt het alsof de tijd meer stil staat dan dat ze verder loopt.

Het voelde niet als altijd. De vele geschenken van de allerliefsten naast me maakten me wel blij. De vele gelukswensen met hier en daar een steunend woordje verwarmden mijn hart. De jaarlijkse telefoontjes waarin mijn papa en mama mij luid toe zingen deden me lachen. De grappige foto’s van alpaca’s en katten ook. Er was dus blijdschap en liefde gisteren. Veel liefde zelfs.

Maar het voelde niet als hetzelfde soort blij als ik voorheen altijd had gevoeld met mijn verjaardag. Het voelde alsof er over de blijdschap heen ook nog een fijn laagje verdriet lag. Ik voelde het bij hem ook. De geschenkjes voor mij die hij normaal altijd zorgvuldig verpakt, werden nu de avond ervoor wat nonchalant gegeven. Zijn hoofd stond evenmin naar jarig zijn, naar blij zijn. Hij probeerde er wel een leuke dag te maken voor mij, maar je voelde het.

Er was gewoonweg niets om te vieren. Of zo voelde het voor mij toch. Het jaar waarin ik 33 was, was dan ook niet het jaar dat ik voor altijd wil herinneren. Toch niet in de goede zin. Het is een jaar geweest waarin we harde klappen kregen en veel verdriet een plekje moesten geven. Keer op keer opnieuw. Telkens wat verdriet bij op die al hoge hoop verdriet.

Vorig jaar was ik zwanger met mijn verjaardag. Ik dacht toen nog dat ik goed zwanger was, dat die baby er uiteindelijk wel zou komen. Ik was angstig die dag, maar genoot wel van het feit zwanger te mogen zijn met mijn verjaardag. Het voelde als het beste cadeau ooit. Maar toen verloor ik het. En daarna nog eens. En dan nog eens.

Een jaar geleden had ik nooit durven denken dat ik mijn verjaardag dit jaar nog steeds met lege armen en een lege buik zou moeten vieren. De realiteit was harder dan ik had verwacht. Ergens was ik dus blij gisteren toen de dag om was. Dat dit moeilijke stuk ook achter de rug was en we dit levensjaar af konden sluiten. Dat we dit nieuwe levensjaar met een verse lei konden starten.

Vandaag verzamelde ik daarom de positieve testen die nog in mijn kast lagen van de laatste zwangerschap. Ik gooide deze weg waarop het streepje nog amper te zien was. En verzamelde deze waar je het nog goed zag. Zoals altijd deed ik er een mooi strikje rond. Ik nam de foto van onze kleine mini. Schreef er nog een tekstje bij. En toen nam ik alles mee naar boven naar het doosje waarin ik de testen bewaar. Ik legde de laatste testen erbij en de foto. Ik slikte mijn tranen weg en sloot toen het doosje. Hopend dat het de allerlaatste keer was dat ik er testen met een strikje om of foto in moest leggen.

Vandaag is de start van een nieuw levensjaar met nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden. Tijd om langzaam terug vooruit te kijken, tijd om terug te dromen dat mijn armen de volgende keer dat ik jarig ben wel vol gaan mogen zijn of de buik vol met nieuw leven.

Een jaar met een keer. Stap voor stap raken ook wij er.

 

Een jaar geleden was alles anders.

Een jaar geleden hield ik voor de allereerste keer in mijn leven een positieve test vast. Twee mooie, roze streepjes waren tot mijn grote ongeloof verschenen.

Ik herinner me nog zo goed hoe onwerkelijk ik dat toen vond. Hoeveel spanning en blijdschap ik dat eerste moment voelde. Zorgeloosheid met een tikkeltje angst voor het onbekende. Het was een gevoel van puur geluk dat me toen had overspoeld. In ons enthousiasme vertelden we het al snel aan de dichtste familieleden, zodat ze het zeker van ons zouden vernemen en niet van gelijk wie. We waren blij dat ons langverwachte wondertje eindelijk op weg leek te zijn en blij dat we ook gewoon zwanger konden raken. Ik maakte nog snel een foto van onze poes met in zijn pootjes de positieve test van Clearblue voor de digitale cijfertjes weer zouden verdwijnen. Zodat we een al een eventuele foto hadden waarmee we de zwangerschap zouden kunnen aankondigen

Had ik toen geweten wat me nog te wachten zou staan in het jaar dat volgde, ik had er toen extra hard van genoten. Want wat ik toen heb mogen voelen, dat zal nooit meer terug kunnen keren.

Een jaar later zijn mijn armen nog steeds leeg. Mijn buik is voor de derde keer op rij opnieuw leeg. Mijn hart is leeg. Mijn hoofd is leeg. Alles in ons binnenste voelt als leeg aan. Dof. We voelen ons niet meer zoals we ons toen voelden. We denken niet meer op dezelfde manier zoals we toen dachten.

Een zwangerschap brengt nu geen blijdschap meer met zich mee, maar pure angst. Dat zorgeloze, gelukzalige gevoel na het zien van een positieve test is nu volledig weg. Dat kan ook nooit meer op een normale manier terugkeren.

Als mensen zeggen dat we hoop moeten houden, zeggen we dat we niet zomaar meer durven hopen of durven geloven dat het ook echt goed zal komen. Dat als we dat doen we te bang zijn geworden voor de weerbots erna als het dan effectief opnieuw niet goed komt. Dat we bang zijn om überhaupt nog iets te voelen na het zien van een positieve test. Een positieve test is voor ons niets meer dan twee roze streepjes naast elkaar en allesbehalve de garantie op een gezonde baby negen maanden later.

We hadden nu een vrolijke baby van bijna vier maanden moeten hebben. Steeds meer de wereld ontdekkend. We hadden een mooie zomer moeten hebben met diezelfde baby. Leuke uitstapjes doen met ons drietjes. Ik had mijn verjaardag met ons kindje in de armen moeten vieren. We hadden misschien zelfs een allereerste reisje dichtbij kunnen doen met onze baby.

Maar in de plaats daarvan is het een zomer met veel verdriet en leegte geworden. De wetenschap dat we dat allemaal niet mee mogen maken en moeten missen nu is loeihard. Drie sterretjes rijker dat we enkel nog in ons hoofd en hart kunnen koesteren. Maar nooit lijfelijk zullen ontmoeten. Op amper twaalf maanden tijd al dat rauwe verdriet moeten voelen, het hakt er zwaar in.

Zomaar opgeven zullen we nooit doen, blijven vechten tot de laatste snik zullen we daarentegen altijd blijven doen.

Maar vraag ons niet meer gewoon positief te zijn als het ons nog eens mag lukken zwanger te raken. Vraag ons niet geen stress te hebben, want op dit moment kan een positieve test enkel en alleen nog maar tonnen stress en angst met zich mee brengen. De andere richting is gewoon onmogelijk voor ons geworden. Wij voelen geen geluk of blijdschap of spanning meer als we positief testen. Die zorgeloosheid is voorgoed weg.

Onlangs las ik deze quote op de instagrampagina van een andere wensmama:

“You just keep living until you are alive again”.

Zo voelt het voor ons ook. We leven, we overleven, we houden vol, we geven niet op. We balanceren op een slappe koord tussen hoop houden en diezelfde hoop proberen niet kwijt te raken. We voelen ons niet meer zoals we ons vroeger voelden. En dat zal pas langzaam terug kunnen keren als dit verhaal zijn einde kent. In positieve of negatieve zin.

En tot dan leven we gewoon verder. Van dag tot dag. Tot we terug echt zullen kunnen leven.